“Ik dans wel met mezelf” van De Kreuners was de eerste single die ik ooit mee opnam, met deze Fender”
“Optreden doe ik sinds van mijn 12, 13 jaar. Vaak was dat voor variété of balorkestjes. In 1970, ik was toen 16 en altijd op zoek naar centen, kreeg ik de kans om in Gent de hele zomer elke zaterdag in zo’n orkest te spelen. Dat was hard werken, we speelden vijf uur aan een stuk zonder pauze. We begeleidden echte artiesten, ik herinner me bijvoorbeeld Connie Neefs. Ik mocht spelen op deze Fender Precision, pas nieuw uit ‘69 en als betaling voor die twee maanden mocht ik hem houden samen met de versterker. Dit was dus mijn tweede gitaar, maar meteen de top. Ik was toendertijd fan van Suzi Quatro en zij had dezelfde. Met die grote bas werd zij ineens heel klein, zo’n imposant instrument is het. ”
“Daarna heb ik mee een punkgroepje opgericht, The Strings, waarvoor ik ook songs schreef en gitaar speelde. In ‘81 stonden we daarmee op doorbreken. Ik herinner me dat ik naar Rock Werchter ging, zoals elk jaar, ik woon daar vlakbij. Dire Straits speelde toen, Elvis Costello, The Cure. Op Torhout stond T.C Matic maar op Werchter werden die vervangen door De Kreuners. Ik herinner me nog dat ik het maar niks vond, die Nederlandstalige muziek. Maar een beetje later vroegen ze The Strings mee in hun voorprogramma. En het klikte zo goed dat ze op het einde van de tour vroegen of ik bij hen bas wou komen spelen. Met pijn in het hart heb ik toen mijn punkgroepje verlaten voor De Kreuners.”
“En zo speelde ik weer op mijn Fender. Het hele tweede en derde album zijn met deze bas opgenomen. “Ik dans wel met mezelf” was de eerste single die ik ooit mee opnam. Met deze Fender. Maar enkele jaren later viel onze gitarist weg en ben ik ook voor De Kreuners gitaar beginnen spelen. In 2012 stond ik zelf met hen op het podium van TW Classic. Dat gigantische podium doet toch iets met een mens. Zoveel jaren in het publiek gestaan en gedroomd van dat podium. En dan stond ik daar, met zicht op de kerk van Werchter waar ik naast woon. Dat jaar waren The Scabs er ook, The Kaiser Chiefs, Lenny Kravitz en mijn grote bas-held Sting. Dat wetende had ik speciaal mijn Fender meegenomen. Ik was al redelijk beneveld toen ik hem backstage na zijn optreden durfde aanspreken en hem mijn bas voorschotelde. “Hoeveel vraag je ervoor,” was zijn eerste reactie. Ik heb eens gelachen en hij heeft uiteindelijk toch zijn handtekening op de achterkant gezet.”
“Tja, intussen is die bas veel geld waard. En neen, hij is niet te koop. Hij is nog helemaal origineel, ik bezit zelfs nog de oorspronkelijke koffer. Hilko, de luthier die ook roadie is bij Chic heeft hem gerestaureerd, inclusief dat donkere houten brugje onder de snaren. In de jaren ‘60, toen ze met hun duim de snaren bespeelden, diende dat brugje om je vingers achter te haken. Ik speel er ook nog steeds op, bij Hound Dog Jr., een Elvis Presley covergroep met onder andere Frank Vander Linden van De Mens. Thuis staat hij op een plek waar ik hem altijd kan bekijken en ik pak hem elke dag wel eens vast. Tja, het is meer dan een instrument, zo’n bas is een attitude.”