Otto-Jan Ham voor My Guitar and Me (5-2-25)
“Op het podium met gitaar ben ik dat ketteke van vijftien, de jongen die ik altijd wou zijn”
“Deze Gibson was de eerste degelijke gitaar die ik kocht en mijn eerste stap richting het serieuze gitaarwerk. Dat was eind jaren ‘90, ik moet 18 geweest zijn. Van mijn ouders had ik al wel eens een oefengitaar gekregen vanuit het idee: we zien wel of je er iets van af brengt. In die tijd waren oefengitaren redelijk slecht en al mijn vrienden hadden beter gerief. Dus toen ik in Gent ging studeren, stapte ik naar een gitaarwinkel in de buurt van het station. Vrij stresserend, want verkopers in zo’n winkel zijn vaak zeer goeie gitaristen waardoor ik me een kneusje voel.”
“Ik gaf er duizend euro voor, dat was een flinke aanslag op mijn spaarrekening. Hij komt uit een minder bekende reeks: Custom Line 10. Je had ook CL 20 en 30 maar die waren duurder. Ik had de indruk dat de verkoper er graag van af wou. Maar ik was er erg blij mee. Het is zeker geen tophout, maar ik vond hem mooi met die parelmoeren inleg en die mooie brug.”
“Ik heb er heel veel op geoefend en veel mee opgetreden, er zit een elementje in dat het live heel goed doet. Voor mijn thuisopnames vroeger op mijn vier sporen cassetterecorder gebruikte ik hem als elektrische gitaar én als bas én via de klankkast zelfs als drumstel. Hij klinkt ook warm en vrij luid zonder schel te worden. Je kan er goed op strummen én fingerpicken. Hij is prettig veelzijdig en is met het vele gebruik alleen maar beter gaan klinken.”
“Er hebben ook grote namen op gespeeld. Als er bij Studio Brussel een Amerikaanse band langs kwam en een kleine sessie wou spelen, had ik deze gitaar altijd bij de hand. Ian McCulloch van Echo & The Bunnymen, Jon Auer van The Posies, bassiste Melissa Auf der Maur van The Smashing Pumpkins, ze hebben allemaal op mijn Gibson CL 10 gespeeld én hem achteraan gehandtekend. Ik weet dat zoiets een vloek is voor gitaristen, maar dat kan me niet schelen. Zo kwam Queens of the Stone Age naar de set van Stubru op Werchter. Toen heb ik een vriend deze gitaar van thuis laten brengen, hij is zo zelfs gratis backstage geraakt.”
“Mijn Gibson heeft dus al wel geleefd. Ik vind ook dat je daar niet te voorzichtig moet mee zijn. Je moet dat gebruiken. Momenteel is hij niet meer mijn go-to gitaar maar hij blijft me enorm dierbaar en ik zal hem nooit wegdoen. Het is ook een hij: gitaar spelen is iets heel jongensachtigs. Op het podium met gitaar ben ik dat ketteke van vijftien, de jongen die ik altijd wou zijn. Ongetwijfeld is dit niet de gitaar met het beste geluid. Maar hij ziet er goed uit. Het is absoluut een show-element. Hij is twee handen op één buik met zijn bespeler: een mooi verpakte middelmaat.”