“Ik vond ze dankzij een brief aan Jimmy Brown van het Guitar Emporium in Louisville, Kentucky.”
“Als puber hield ik al van gitaren en de blues. Via de akoestische blues en ragtime groep Kasper leerde ik resonator gitaren kennen. Resonators zijn ooit ontstaan omdat gewone gitaren niet luid genoeg waren. Ze plaatsten een metalen conus om het geluid te versterken. Dat geeft een heel eigen klank. Didier Derck van Kasper had een full metal National. Ik mocht daar eens op spelen en op slag wou ik er ook één.
In 1992 deden we een roadtrip in de VS. Ik had research gedaan naar allerlei gitaarwinkels en een brief gestuurd naar Jimmy Brown van het Guitar Emporium in Louisville, Kentucky. Toen ik er binnenkwam, stond er één National, een Style 4 Tricone, met drie kleine conussen. Het neusje van de zalm, mooi gegraveerd met bloemen en bladeren. 6000 dollar, in die tijd! Maar toen ik zei dat ik de man van de brief was, pleegde Jimmy een telefoontje en enkele uren later kwam er iemand met vier gitaren. Deze zat erbij. Ze zag er niet uit, helemaal afgesleten. Normaal is ze felgeel, met een palmboom en hoela hoela meisjes aan de achterkant, maar dat was er allemaal af geschuurd. Daardoor was ze maar 500 dollar. En ze klonk het best.
Op die reis kocht ik nog twee gitaren en op het vliegtuig naar huis, raakte deze niet in het overhead compartment. Ik hield ze tussen mijn benen. Een stewardess zei dat haar man ook van gitaren hield en bracht me naar business class waar ze veilig in een kast kon. In Zaventem zag ik muzikanten die naar Blues Peer moesten. Ik heb me met mijn drie gitaren tussen hen gemengd om de douane te passeren.
Het is een Triolian van 1928 volgens het serienummer. Ze had duidelijk al een leven gehad. Ik heb de frets afgevlakt want de toets was uitgesleten, vooral in de kampvuur-akkoorden. De conus is nog origineel. Ze staat op de hoes van het tweede album van Hideaway, de band waar ik al veertig jaar in speel.
En die klank… ken je de openingsscène van Crossroads? Woestijn, hitte, en dan één akkoord van Ry Cooder. Ik hoorde dat in putje zomer en kreeg koude rillingen. Dat is deze gitaar. Rauw. Dat past eigenlijk niet bij een akoestisch instrument.
Toch speel ik er niet zo vaak op. Ik zou ze niet graag kwijtspelen. Ik heb er ook nooit een element in laten zetten. Ze moet blijven zoals ze is. Ik gebruik ze vooral thuis of in de studio en bespeel ze met een glazen slide, dat maakt de klank meer mellow. Ze raakt mij altijd diep.
Ik zeg tegen mijn leerlingen: een gitaar is je beste vriend. Als je triestig bent, krijg je daar iets van terug. Ben je boos, knal eens stevig op je elektrische. Deze gitaar is voor de momenten dat je echt diep zit. Het is en blijft een bluesinstrument."