Gianni: “De eerste keer spelen was de culminatie van bijna twintig jaar verlangen en toch direct thuiskomen”
“Ik heb misschien 25, 26 gitaren maar het voelt nooit als verzamelen. Afhankelijk van wat ik wil doen, grijp ik vanzelf naar één instrument. Iets elektrisch, sfeervol, met meer soul, dan reik ik naar dat segment. Iets intiems, folky, fingerpicking, dan kom ik altijd bij dezelfde paar gitaren uit. Zo is er een harde kern van vier, vijf gitaren die altijd boven water komen. Deze hoort daarbij.”
“Ik ben al sinds de jaren negentig verliefd op de sound van resonator-gitaren. Die zijn eigenlijk niet zomaar akoestisch. Er zit een metalen cone, een resonatie-kast in als een soort ingebouwde versterker. Die techniek ontstond omdat gitaren in de bluegrass- en country-bands van de jaren dertig niet luid genoeg klonken tussen de banjo’s, violen en mandolines. Ik leerde de resonator kennen door Daniel Lanois en Chris Whitley. Die sound heeft me nooit losgelaten. Maar als student kon ik het niet betalen. Met mijn eerste loon ook niet. En ik wou mezelf niet laten verleiden door een goedkoop Chinees alternatief. Die sound was me te heilig.”
“In 2014 zag ik deze gitaar staan op de website van Palm Guitars in Amsterdam die ik al jaren volgde. Het is een Regal, gebouwd met onderdelen van het bekendste resonator-gitaar merk Dobro, van de Dopyera Brothers. Goedkoper hout dan de originele dobro’s, dat voel je ook. Een oud, aftands ding. Ze was niet eens bespeelbaar zoals ze in de winkel lag. Er moest een neck reset gebeuren. Maar ik was net veertig geworden, verdiende eindelijk wat geld met muziek en heb de sprong gewaagd.”
“Toen ze toekwam op mijn werk en ik die koffer opendeed, die geur van oud hout… dat moment vergeet ik nooit. De eerste keer spelen was de culminatie van bijna twintig jaar verlangen en toch direct thuiskomen. Bij de meeste gitaren twijfel je in het begin. Hier niet. De stemsleutels kraakten nog, maar ze stond meteen juist. Ze klinkt metalig, maar met een fluwelen houten laag er rond, alsof de muziek uit een wooden box komt. Kartonachtig in de best mogelijke betekenis. Het warme van Daniel Lanois en Emmylou Harris zonder wollig te worden. Altijd een scherp kantje.”
“Zo’n gitaar draagt verhalen én songs in zich of je wil of niet. Ze is van 1938. Op de kop staat de naam van een vorige eigenaar gekrast: Clyde Elias, Wisconsin. Ik heb hem nooit teruggevonden. Ik stel me een zwarte bluesgitarist voor met ranke vingers.”
“Verhalen én songs. Bij mijn eerste soloplaat uit 2020 zijn bijna alle nummers op deze gitaar geschreven. Ik ben een verdoken songwriter en ben pas laat professioneel muzikant geworden en vond nog later de moed om solo te spelen. Het eerste nummer op mijn debuutalbum móést op deze gitaar. Dat voelde logisch.”
“Ze was bij al mijn belangrijke momenten van de laatste twaalf jaar. Als ik iets doe dat mij definieert met minimale middelen, dan heb ik deze bij. Toen ik het voor het eerste waagde om in mijn eentje eigen liedjes te brengen in de kleine zaal van de Arenberg bijvoorbeeld. Ik was doodzenuwachtig, erger dan op Werchter met Isbells. Maar ik had deze gitaar vast. Haar vertrouwdheid trok me erdoor.”
“Thuis staat ze altijd klaar. Ze ligt bijna nooit in een kist. Als ik creëer, soundtracks maak, of denk: het mag wat Americana zijn, wat Ry Cooder, Calexico of iets spiritueels, dan grijp ik naar deze. Wil ik etherische texturen, maar ook elektrisch loos gaan met een akoestische basis, dan kan dat alleen met deze gitaar. Ze vat mij samen en toch klinkt ze alleen maar als zichzelf.”