“Deze Telecaster kostte 10.000 frank in 1970, dat waren toen 2 maandlonen”
“Deze Fender Telecaster is de tweede gitaar die ik ooit kocht. De eerste was een plastieken met glitter, halverwege jaren ‘60 gemaakt in een Italiaanse accordeonfabriek. Ik had ze op café gekocht voor duizend Belgische frank, maar ze klonk niet zo goed en ik heb ze voor precies evenveel kunnen verkopen. Dat moest om de deze te kunnen kopen in 1970. De Telecaster kostte tienduizend frank in een muziekwinkel in de Zuidstraat in Brussel. Dat waren toen twee maandlonen. Ik kon ze op een jaar afbetalen en ze heeft me al een veelvoud opgebracht."
“Er waren drie Telecasters te koop. Twee witte zoals de meeste Telecasters. En dan deze bruine, voor duizend frank meer. Maar dat was echt USA, de heilige graal. Telecasters werden na de oorlog niet ingevoerd in België, je kon ze pas vanaf toen af en toe krijgen. In mijn hoofd had Muddy Waters dezelfde, maar die van hem bleek achteraf donkerrood te zijn.”
“Het is de essentie van wat een gitaar moet zijn: een plank met snaren. Er zit één toonknop en één volumeknop op, geen ingewikkelde elektronica. De pick-up zit vast aan een massief stalen brug en dat zorgt voor een heel directe, bel-achtige klank. Ze was vijf, zes jaar lang mijn enige gitaar, dus ik heb er heel veel live op gespeeld. Ze is niet zwaar voor op een podium, maar na een bal van vijf, zes uur begint ze vals te klinken. Ik heb er ook opnames mee gedaan, met Kris De Bruyne begin jaren ‘80.”
“Tegen sommige gitaren moet je vechten voor je iets terugkrijgt, de deze was een onbeschreven blad maar is een stuk van mezelf geworden, ik hoef er niet bij na te denken. Ze is mijn werkpaard, makkelijk, goed afgesteld, ik laat ze zingen zoals ik wil. Al weet je natuurlijk nooit of de gitaar zich aan jou aanpast of omgekeerd.”
“Soms ben ik bang ze mee te nemen naar optredens vanwege diefstal. Bij Clouseau speelde ik op een oude Stratocaster. De roadies moesten tegen wat locals vechten die haar wilden stelen. Ooit is ze uit de kist gevallen, je ziet achteraan nog een kleine bluts. Dat was een verschrikkelijk gevoel, maar gelukkig speelde ze nog. En bovenaan zie je een donker stukje, van een brandende sigaret, vrees ik. Voor mij is ze dus echt wel een relikwie.”