“Het is de gitaar waar ik het meeste op speel, die ik het beste ken en die mij het beste kent”
“Begin jaren ‘90 ging ik naar Pukkelpop voor The Ramones. Maar ik raakte zo in de ban van de gitaarklank van Dinosaur Jr. dat ik ook zo’n Jazzmaster wou. Ik kocht een Japanse Jazzmaster, die kostte minder dan de helft van een Amerikaanse. Ik speelde er graag op, maar ze had haar beperkingen qua consistentie in de klank of in stemming blijven. Toen ik dan bij Raymond speelde en wat geld verdiende, kocht ik eindelijk een Amerikaanse op e-bay, de deze dus. Ze is uit 1976 en ik merkte meteen het verschil in bouwkwaliteit en natuurlijk klank.”
“Ik heb er een andere brug opgezet, pickups vervangen, ze helemaal naar mijn goesting gezet. Het is de gitaar waar ik het meeste op speel, die ik het beste ken en die mij het beste kent. Ik hou ervan er verschillende pedalen mee uit te proberen, altijd op zoek naar nieuwe combinaties. Maar ik weet al hoe ze gaat reageren. En zelfs al ze me verrast, is dat altijd aangenaam. Ook de vorm voelt lekker. Ik heb gitaar geleerd in de jaren ‘90 en dat scheve in die vorm doet me denken aan de Grunge. Ze is een beetje anders dan standaard en dat stimuleert me om altijd verder te zoeken.”
“Ik speel er live op, ik doe er opnames mee, ik gebruik ze voor ritme en voor solo’s. Ze heeft een breed pallet. Je kan ze vet laten klinken, dik en warm of penetrant en scherp of juist heel zoetgevooisd. Ik heb Stratocasters geprobeerd en Les Pauls, maar die konden me nooit blijven bekoren, ze klonken teveel als een Strat of Les Paul. Ik heb nog een Jazzmaster, uit ‘75, mijn geboortejaar, maar die klinkt zoeter, ze spréékt net iets minder. Met deze kan ik veelzijdigheid verkennen. Ik hoef er maar op te spelen zonder nadenken en ze leidt me, biedt me mogelijkheden zodat ik me kan geven en volop smijten.”
“Toen ik ze kocht, zag ze er nog gaaf uit. Maar ik speel redelijk hard zodat de vernis er afchipt. Ik vind dat niet erg, het is mijn gitaar, ik ga haar toch nooit verkopen. Ze luistert goed naar me, ze heeft geen eigen willetje. Ze helpt me raken waar ik wil, ze is versterkend en meegaand zonder ruggegraatloos te zijn. Ik ben misschien niet helemaal monogaam, maar we blijven toch trouw aan elkaars zijde. Ze kraakt wel eens, ik ook. We worden samen ouder. Ergens eind jaren 2000 speelde ik met Arno op het Cactusfestival na Dinosaur Jr. Toen had ik echt het gevoel: de cirkel is rond, nu mag ik sterven.”