“Ze klinkt zacht en rond, maar ze heeft mij overal ter wereld recht gehouden.”
“Mijn meest gebruikte bas is een Jazz Bass uit ’65. Die kan je inzetten voor de meeste optredens. Maar deze Fender Coronado uit ’66 is iets heel anders. Dat is een hollow body, een zeldzaam instrument. Elektrisch, maar met een akoestisch karakter. Het hout is behandeld waardoor het die speciale kleur krijgt.
Ik heb ze ontdekt in de Bas Shop in Antwerpen bij Jan Meyers van Blue Blot. Dat was half winkel, half café en super gezellig. Je bracht je eigen pinten mee. Ik viel voor de klank. Kort, diep, rond. Geen lange sustain, maar wel een soort warmte die blijft hangen. Milleke, de bassist van de Pebbles, beweert trouwens dat dit ooit zijn bas was.
Ik ben opgegroeid met bewondering voor Larry Graham van Sly & The Family Stone, de uitvinder van het slappen. Dat zat in mijn hoofd. Maar deze bas doet iets anders. Ze zit dichter bij een contrabas. Je kan die akoestische klank zelfs op grote podia krijgen. Dat is uniek. Ik gebruik haar wanneer het minder pop moet zijn. Meer akoestisch, meer soul-jazz, meer folk.
Ze is mee geweest op tournees met Vaya Con Dios, met Wannes Van de Velde en Roland, Boudewijn De Groot en Kommilfoo. Je hoort ze op ‘Oorlogsgeleerden’ van Wannes en Roland, op ‘Achter Glas’ van Boudewijn en op de laatste plaat van Guido Belcanto.
Ze heeft echt geleefd. Ze was erbij in rare zalen in Oostbloklanden. Ze bleef spelen in de meest extreme omstandigheden. Dat is het mooie aan oude instrumenten. Het hout komt van oude bomen en dat verdraagt veel. Dat hoor je ook.
Ze zit makkelijk. Ik heb er nooit iets aan veranderd. Flatwound snaren erop, dat maakt die warme, staccato klank nog sterker.
Maar je moet haar behandelen met respect. Je kan daar niet op beginnen slappen. Dan komen de snaren tegen de elementen. Ze dwingt je om zachter te spelen. Het is echt de ideale vrouw: zacht en lief. Maar ook sterk, karaktervol én zonder nijdig kantje.”