“Eindelijk een gitaar die mij niet tegenwerkte maar mij inspireerde en stimuleerde om een betere gitarist te worden”
“Het was in 1999 dat ik eindelijk deze Guild Manhattan x-175 uit 1962 kon kopen. Ik had hem zien staan in de Strings & Things op Antwerpen Zuid toen ik er mijn oude Gretsch uit 1961 te koop ging zetten. Ik ben van 1970 en in ‘mijn’ jaren ‘80 kregen we uit de post punk-hoek een nieuwe versie geserveerd van hele oude muziek. Ik denk aan The Specials die de lang vergeten ska nieuw leven inbliezen. Of de Stray Cats met hun rockabilly sound. Daar hou ik van, rhythm ‘n blues uit de jaren ‘40-’50 of country uit de jaren ‘50-’60. En dé cliché gitaren voor die stijlen zijn de hollow body Gretsch en de hollow body Gibson. Vooral die laatste was onbetaalbaar voor een tiener als ik en in de jaren ‘80 in Europa zo goed als onvindbaar.”
“Maar in ‘89 begon Gretsch na een lange stop opnieuw gitaren te bouwen en zo’n re-issue Gretsch kon ik wel betalen. Ik ben daar blij mee geweest, maar was er ook snel uitgegroeid. Hij klonk niet helemaal zoals ik het wou. Later kon ik me een Gretsch uit ‘61 veroorloven. Die was heel mooi en gaf een mooi geluid, maar was nogal slecht gebouwd. Typisch voor Gretsch, in feite moet je die gitaren uit elkaar halen en zelf weer ineen steken. Intussen speelde ik met The Seatsniffers zo’n honderd keer per jaar en die gitaar zag daar te veel van af. In de jaren ‘90 speelden we in het voorprogramma van The Paladins, en hun gitarist Dave Gonzalez was een grote inspiratie voor mij. Zij speelden wel 250 keer per jaar en zijn Guild deed het nog steeds heel goed.”
“Guild is bekend voor zijn akoestische gitaren. Paul Simon en John Denver speelden daarop. Maar ze hebben geen grote sterren die op hun elektrische gitaren spelen. En gitaristen zoeken niet per se de beste gitaar, ze willen op de gitaar van hun held spelen. Daarom zijn die Guilds niet zo populair en duur. Ik kocht de mijne voor hetzelfde bedrag als ik voor mijn kapot gespeelde Gretsch kreeg. Hij zag er wel niet florissant uit. Er zat een millimeters dikke laag nicotine en zweet op, hij was slecht afgesteld en de snaren waren oud. Ik heb er anderhalve dag op gepoetst en aan geprutst, hier en daar wat gesoldeerd en opnieuw afgesteld. Maar op mijn eerste repetitie wist ik: dit is het. Eindelijk een gitaar die mij niet tegenwerkte maar mij inspireerde en stimuleerde om een betere gitarist te worden.”
“Er is zijn bespeelbaarheid dankzij de geweldige hals. Er is het geluid dat én de treble en twang van een oude country Gretsch evenaart maar ook de warmte en zwoelte van een bluesy Gibson haalt. Exactly what the doctor ordered. Bovendien is hij heel goed gebouwd waardoor het een super stabiel instrument is. Ik heb ermee binnen de poolcirkel opgetreden én in de droge woestijn van Arizona en dat hout bougeert niet, ook al is het nu al meer dan zestig jaar oud. Ik heb er al makkelijk 1500 concerten mee gespeeld en hij scoort nog altijd 9,9 op het podium. Ik heb intussen nog een paar oude Guilds gekocht, maar deze blijft mijn nummer één gitaar. Al word ik er stilaan wat zuiniger op. Ik neem hem niet meer mee op het vliegtuig. Ik zal hem nooit achterlaten in de auto en backstage enkel achter slot en grendel. Hij is intussen al een stuk in waarde gestegen, maar daar gaat het me niet om. Hem verliezen zou een big deal zijn. Ik ben er emotioneel mee verbonden, het zou aanvoelen als een lidmaat dat ik kwijt ben.”