“Toen ik ze in handen kreeg, was het thuiskomen. Pure perfectie, beter dan ik had durven dromen”
“De meeste gitaristen hebben rock of blues gerelateerde helden die ze bewonderen om hun virtuositeit. Ik ben fan van een Andy Gill van Gang of Four, Rowland Howard van The Birthday Party, Robert Fripp, ook virtuozen, maar vooral gefocust op geluid. Ik zie mezelf als een geluidskunstenaar met toevallig een gitaar in handen. Als ik het geluid van een kettingzaag wil of een tandartsenboor, dan doe ik dat met de gitaar."
“Zo is de deze ontstaan. Rond 1978, ik was zeventien jaar, kwam ik net als iedereen toendertijd bij JnR, de winkel van gitaarbouwers John en Raymond in Hasselt. Ik zocht toen een gitaar met een heel dunne klank. En daar stond een arm en een plank waar ze nog een body aan moesten bevestigen. Ik zei hen dat ik enkel dat nodig had en een haak om alles in evenwicht te houden. Ze lachten me uit want het is juist de body die de klank maakt. Hoe dikker en zwaarder de body, hoe meer sustain en dat wil elke gitarist.”
“Een half jaar heb ik moeten zagen, ze geloofden niet dat ik het meende. Uiteindelijk hebben ze die opdracht als oefening gegeven aan iemand die daar in opleiding was. Ik was het zelf bijna vergeten wanneer ze belden om te zeggen dat ze klaar was. Toen ik ze in handen kreeg, was het thuiskomen. Het was pure perfectie, beter dan ik had durven dromen.”
“Ik heb er mijn hele periode bij Arbeid Adelt mee getourd en bijvoorbeeld opnames gedaan met Jean-Marie Aerts. Hij was zo onder de indruk dat hij me vroeg voor een solo voor La Nuit te Ressemble van Jo Lemaire, die stond er in één take op. Ik heb ermee gegooid, ze heeft heel wat afgezien en meegemaakt en toch ziet ze er nog goed uit. Nadien is ze meer in de hoek beland omdat ik de tremolo ontdekte en dat staat hier niet op.”
“JnR heeft er trouwens nog wat aan gesleuteld toen er goeie feedback begon te komen. En ze hebben ook op dezelfde manier een bas gemaakt. Die heb ik ook gekocht want de klank was geweldig maar weer verkocht en nooit meer teruggezien. Ik heb heel mijn leven instrumenten gekocht en zonder spijt verkocht om andere te kopen, iets nieuws, iets dat ik nog niet ken. Maar deze gitaar is mijn museumstuk, de enige die ik nooit zal verkopen. En die bas, mocht iemand hem weten staan, ik zou hem wel terug willen.”