Dirk Blanchart voor My Guitar and Me (8-1-25)
“Ik moest erop spelen om ze te mogen kopen”
“Deze Fender Jazzmaster dateert uit 1963 en is daarmee nog een pre-CBS-Fender. Iets later kocht CBS namelijk Fender over wat de kwaliteit van de gitaren niet ten goede kwam. In de eerste helft van de jaren ‘80 is Fender dan ook weer zelfstandig geworden. Die pre-CBS-Fenders zijn dus erg gegeerd. Het is bovendien een long scale gitaar, met een langere hals die ook geschikt is voor dikkere bariton snaren. Ze staat in B in plaats van E. Dat past soms beter bij mijn baritonstem, geeft een heel ander sonisch pallet dat meer overeenstemt met het lagere register van een piano.”
“Ik had al lang mijn zinnen gezet op zo’n gitaar en ik kreeg de kans in juni ‘94 toen ik drie weken op bezoek was bij een vriend in New York. Toen kostten oudere Jazzmasters daar makkelijk vierduizend dollar, vooral omdat Kurt Cobain er altijd op één speelde. Die vriend gaf me de tip in de lokale koopjeskrant te kijken en zo vonden we er één op Long Island. We moesten er een auto voor huren, het was ergens in een soort blokhut in de bossen bij een behoorlijk vreemde man. Zijn living hing vol gitaren. Hij wou weten wie ik was, wat ik ermee van plan was en ik moest er voor hem op spelen. Toen zei hij: “You’re gonna treat my baby right, give me a 1000 (dollars).” Ik viel van mijn stoel.”
“Ze is niet 100% origineel. De tremolo-arm was gestolen, die heb ik op maat moeten laten namaken. De pickups in die tijd werden nog met de hand opgewonden, daarom heeft elke gitaar zijn eigen sound. Mee daardoor heeft ze ook één licht vervelende eigenschap: bij slechte of volledig openstaande dimmers pikt ze een ambetante frequentie op waar ik me altijd van moet weg richten. Maar juist vanwege die heel eigen sound neem ik ze naar elk optreden mee.”
“Ze klinkt als een melancholisch warm deken. Ze heeft een dubbele toonregeling waardoor je ze bijna als een basgitaar kan laten klinken. Daarom was ze ideaal voor mijn solo-versie van De Zotte Morgen in 2017 (album Stripped). Je kan ze ook goed horen op Mindsurfin’ uit het gelijknamige album uit ‘95, een soort rockjazz improvisatie met Doors-vibe, on the spot geschreven samen met Vincent Pierins en Cesar Janssens. Die dikke bariton snaren laten weinig gesoleer toe maar ik ben sowieso meer een picking- en ritme-gitarist.”
“Ik zou moeten failliet zijn voor ik ze verkoop. Ze is me erg dierbaar. Ik ben geen verzamelaar, ik gebruik al mijn gitaren. En deze voelt als thuiskomen wanneer ik ze vastneem. Ze is op mij afgeregeld en ze heeft zeker mijn spel beïnvloed omdat ik aangezet word in bepaalde richtingen te zoeken door haar klank en die typische tremolo. Dat zoek ik in een instrument: dat het doet wat jij wil en toch jou dingen leert. Ze speelt heel comfortabel en ze was al goed ingespeeld toen ik ze kocht. Ze heeft duidelijk veel on the road gezeten en veel meegemaakt. Ze heeft geleefd. Zoals haar baasje.”