Bart-Jan Baartmans: “Deze zeldzame gitaar werd letterlijk mijn tweede stem. Mensen herkenden haar klank meteen.”
"Rond 2000 werd ik gevraagd door een importeur om op muziekbeurzen gitaren van het Japanse merk K. Yairi te demonstreren. Dat merk brak nooit echt door in Europa. Op zo'n beurs stond deze gitaar. Ik had nog nooit dit model gezien, maar vanaf het eerste moment voelde ik dat het een bijzonder instrument was. Ik vond er meteen mijn weg op en werd verliefd. Uiteindelijk hebben de importeur en ik een deal gemaakt en mocht ik haar meenemen.
Er zijn er toen maar een paar van verkocht in Europa. In Nederland, Frankrijk en er ging er een naar Curaçao. Dat vond ik wel leuk. Ik speelde graag op iets wat niet iedereen had. Ze is ben ik ook voor de doorgaans iets kleinere Japanners gemaakt en dat past perfect bij mijn wat kleinere handen.
Ze is gebouwd als een hollow body jazzgitaar, maar klinkt niet als een klassieke jazzgitaar. Die hebben vaak een warme, volle klank zonder veel helderheid. Deze zit qua sound ergens tussen een akoestische western en een elektrische gitaar in. Ze heeft de directe respons en helderheid van een akoestische gitaar, maar ook de warmte van een elektrische hollow boddy. Daardoor neemt ze veel ruimte in. Je mist bij solo-optredens met deze gitaar minder snel een bassist of drummer.
De K. Yairi WP1 kwam rond 2000 op het perfecte moment in mijn leven. Net toen begon ik solo op te treden, met eigen liedjes, in kleine theaters. Een aantal jaren lang was deze gitaar letterlijk mijn tweede stem. Mensen herkenden haar klank meteen. Het is zelfs gebeurd dat een andere gitarist mijn gitaar gebruikte op een opname en luisteraars achteraf dachten dat ik meespeelde.
De twee platen die mijn leven veranderden, Verpand (2005) en Verwant (2007), zijn voor een groot stuk op deze gitaar geschreven en ermee opgenomen. Dat waren mijn eerste Nederlandstalige platen waarop ik zelf zong. Ik was net vader geworden, begon een solocarrière, bouwde een opnamestudio uit en vond stilaan mijn eigen taal als songwriter. Als ik vandaag aan die periode denk, hoor ik automatisch de klank van deze gitaar.
Tijdens een tournee in Noord-Ierland lag de gitaar bij gebrek aan een statief achter mij op een cafébank terwijl ik aan een setlist werkte. Toen ik rechtstond, schoot een veer uit de versleten zitting omhoog. De gitaar werd gelanceerd, vloog door de lucht en landde met haar kop op de punt van een eiken tafelpoot. Ik hoorde alleen maar: krak. De kop lag er volledig af.
Een gitaarbouwer heeft haar uiteindelijk gered. Nog straffer: nadat ik dat tourverhaal in een interview had verteld, belde een gitarist uit de omgeving van ‘s Hertogenbosch. Hij bleek exact hetzelfde model te bezitten, uit dezelfde reeks van die beurs. Hij verkocht ze aan een hele lieve prijs, zo had ik plots twee exemplaren. Maar uiteindelijk verkocht ik die tweede weer, ze klonk toch niet helemaal hetzelfde. De gerepareerde was de echte. Daar zaten te veel uren, liedjes en herinneringen van mezelf in. Ik denk dat er intussen nog maar twee van deze modellen in Europa zijn, het zijn echt collectors items.
Vandaag gebruik ik haar minder op het podium. Mijn sessiewerk ziet er anders uit dan twintig jaar geleden en ik kies vaker voor andere giteren. Maar thuis staat ze nog altijd binnen handbereik, bij die paar gitaren die ik altijd in mijn buurt wil. In de zithoek van mijn slaapkamer neem ik haar vast om liedjes te schrijven of nieuwe ideeën uit te proberen.
Gitaristen zijn soms relatiehoppers. Sommige gitaren zijn werkpaarden, andere passeren een paar jaar door je leven. Maar een enkele keer kom je een instrument tegen dat mee vormgeeft aan wie je wordt. Dat is deze gitaar voor mij. Verfijnd en warm, maar ook eigenwijs. Een vrouw met haar op haar tanden, ze kan een wolf in schaapskleren zijn. Als je er veel instopt, krijg je ook veel terug. Ik doe ze nooit weg maar wil er toch ook niet mee begraven worden. Mocht ik er niet meer op spelen, dan wil ik dat ze naar iemand gaat die er met evenveel liefde op speelt.”